Consumptie niet verplicht


Op deze pagina vind je een hoofdstuk in wording van de les die we (n)ooit op school krijgen. Geen waarheid, maar mijn bevrijdende ontdekkingstocht naar het besef dat geld nooit over geld gaat.

Het hele verhaal is straks — samen met video's waarvan je hier al een deel vindt — gratis online te lezen. Om (jezelf) één of meerdere boeken te geven: kijk op gehoorzaam.nu/ja.


Willem de Zwijger College, Bussum, '98-'99-'00

Economie en ik, wij boteren niet zo. Goederen, diensten, giraal, chartaal, Bruto Nationaal Product, Netto Nationaal Product, rente, inflatie... Ik krijg ze op mijn bord als logische ingrediënten. Maar ik kan er geen soep van maken. Schaarste stimuleert ons om uit bed te komen en iets te gaan doen; groei zorgt voor, euh, groei. Ik snap het niet en het boeit me niet.

De vijfde klas boeit me niet. Na twaalf jaar buitenland moet deze onzekere puber met net geen puistjes meer opeens in Nederland zijn jeugd uitzitten. Mensen, brommers, kleding, mores: alles is me vreemd. Ik wil er bij horen en ook weer niet. Want ik vind het raar hoe ze hier doen. Maar dat vond ik in Engeland en België ook. 

Ook hier wil ik een goede Mundo zijn, maar niet in de les. Mijn ouders hebben me een kutpakket aangepraat: 'Mundo, je kan altíjd nog iets met kunst. Nu moet je strategisch kiezen. Dan kan je straks álle kanten op.' Ik stem in. Schoorvoetend en opkroppend. Van binnen kook ik. En ik rebelleer. Fuk school. Bij de overgangsbespreking word ik een 'discussiepunt': wel of niet naar de zesde? Het word wél.

Ik schiet wakker. Rebelleren is heel leuk maar ik wil zo snel mogelijk van school af. Of beter gezegd: van huis weg. En ik zie maar één weg: studeren met m'n donder. Het is een negatieve motivatie maar hij geeft me wel brandstof. Ik word een voorbeeldige scholier. 

Bij wiskunde, scheikunde en natuurkunde gebeurt er zelfs iets leuks: ik begin lol te krijgen. Puzzelen, graven, vragen, ontdekken... in een jaar waarin ik nauwelijks in slaap kom, me nooit een houding weet aan te nemen en thuis allesbehalve veilig voelt, zijn kloppende berekeningen en geslaagde proefjes mijn kleine feestjes.

Maar in de economieklas blijft het licht uit. Ik bluf me er doorheen. Ik schrijf op wat ik uit m'n hoofd heb geleerd en dat is goed genoeg. Snappen doe ik het niet. Waarom groei? Waarom schaarste? Waarom economie? Ik zou het niet weten en ik hoef het niet te weten. Als ik mijn papiertje maar haal.


Jaren later leer ik dat bijna niemand vragen stelt. Zelfs aan de top van het bedrijfsleven en de politiek hebben mensen geen flauw idee: 'Ja, euh, gewoon... We moeten toch groeien en banen en koopkracht en vooruitgang en zo? Je weet toch?'

En jarenlang had ook ik je geen beter antwoord kunnen geven. Snappen willen is vragen om hoofdpijn. 'Het is ontzettend complex. En het is nou eenmaal zo. Dus doe maar gewoon mee. Doen wij ook.'
Wat blijkt? Het is helemaal niet complex. Het is zelfs ontzettend simpel. En er is maar één reden dat het nou eenmaal zo is:

omdat wij het zeggen.