De 67-jarige man die de trein pakte en verdween

Mundo Sr.jpg

Op deze pagina vind je een hoofdstuk in wording van de les die we (n)ooit op school krijgen. Geen waarheid, maar mijn bevrijdende ontdekkingstocht naar het besef dat geld nooit over geld gaat.

Het hele verhaal is straks — samen met video's waarvan je hier al een deel vindt — gratis online te lezen. Om (jezelf) één of meerdere boeken te geven: kijk op gehoorzaam.nu/ja.


???, zondag 17 januari 2017

Ze zeggen dat mensen met dementie zichzelf niet meer kunnen activeren. Nou, vandaag laat papa daar weinig van merken.

Herminia is twee maanden in Peru geweest en past vandaag voor het eerst weer op papa. Papa moet wennen aan Herminia en Herminia moet wennen aan papa. Want papa is niet de papa van twee maanden geleden.

Om vier uur 's middags loopt hij de deur uit en Herminia mag niet mee. Twee keer komt hij terug want 'ik ben nog iets vergeten', en dan is hij weg. Tien minuten na zijn laatste vertrek kom ik thuis. Herminia verwacht papa elk moment terug. Maar papa is niet de papa van twee maanden geleden. En vandaag, speciaal voor deze gelegenheid, is zijn GPS-tracker uitgevallen. Lege batterij. Zal ons leren.

Anderhalf uur fiets ik door de stad. Ik loop binnen bij elk tentje waar ik wel eens met papa ben geweest. Iedereen kent hem — 'Ja, met die rode schoenen toch?'; niemand heeft hem gezien. Mijn hoofd maakt overuren, vooral met vloeken. Geef ik mezelf een dag vrij, wordt m'n vrijheid meteen weer teruggepakt. Kom ik thuis na een lange fietstocht in de vrieskou, mag ik weer gaan fietsen in de vrieskou.

Vrieskou?

Fuk.

Ik bel de politie: 'Vanaf wanneer kan ik mijn vader met Alzheimer opgeven als vermist?'
—'Nu meteen.'
De zoektocht gaat van start. Burgernet wordt ingeschakeld, Herminia en ik krijgen visite van een hele grote gele motormuis, de recherche wordt ingezet, mag naar het politiebureau om aangifte te doen, en dan belt Cornelis.
'Ja met Cornelis, van de politie in Delft. Ik heb hier ene meneer Resink. Hij is thee aan het drinken bij de meiden van het studentenhuis waar hij aanbelde.'

Ik barst in lachen uit. Herminia valt bijna om van de spanning en vraagt of ze naar huis kan.

Ik klop aan bij onderbuurvrouw Zamarra. Die aarzelt geen seconde en geeft mij meteen haar autosleutels. Halverwege Delft en Amsterdam stop ik bij de afgesproken parkeerplaats. Ik zie een politiewagen. Demi, de collega van Cornelis, stapt uit en loopt mij tegemoet: 'Cornelis en ik hebben zo'n lol met je vader! Hij is wel een beetje in de war, maar wat ziet hij er netjes uit!'

Ik loop met Dewi mee. Ze doet de zijdeur van de auto open alsof voor een koning. Ik kijk tegen een ondeugende grijns aan.
'Heb ik het weer gedaan?'
—'Ja, ouwe boef, je hebt het weer gedaan.'
'Het is echt fantastisch. Ik heb zo'n fantastische tijd gehad!'

Papa stapt uit, met zijn favoriete rugzakje, en neemt afscheid van Demi: 'Mag ik je drie zoenen geven?'
—'Nou, zullen we een hand doen?'

In de auto naar huis vertelt papa in geuren en kleuren over zijn avontuur. En hij weet het donders goed: 'Ik heb het jullie wel een beetje lastig gemaakt hè?'
—'Ja, een beetje wel. Maar je hebt er wel heel veel lol voor teruggekregen. En volgens mij hebben Cornelis en Dewi nog nooit zo'n leuke avond gehad.'


 

Vind ik het echt zo leuk? Heel eerlijk? Ja. Nadat ik flink heb lopen schelden en vloeken. Ik lig in een deuk. En ik ben blij voor papa. Hij heeft zijn jeugdige kattenkwaad uitgelaten. Hij komt met berenveel energie thuis. Het kleine papiertje met daarop een portret, getekend door één van de studentenhuismeiden, hangt aan de muur. Drie weken later weet papa nog precies wat er op deze zondag is gebeurd. Best bijzonder voor iemand die tegenwoordig geen idee meer heeft van vijf minuten geleden. En eigenlijk heel logisch.

Ik heb papa's dementie opgepakt als een mogelijkheid in plaats van een ziekte. Nu zijn hersenen afbrokkelen, komt er eindelijk ruimte voor wat hij zijn hele leven heeft verstopt. Ik wil dat de ruimte geven, niet dwarsbomen.

We gaan op zoek naar een kleinschalige woonvoorziening die hem niet als een patiënt behandelt, maar als een creatief mens dat graag nog iets wilt. We vinden er twee, allebei prachtige initiatieven in groene, bosrijke omgevingen. De wachtlijsten zijn lang. Maar ik ga hem niet elders wegstoppen. Dit is het wachten waard. En ik ben helemaal niet aan het wachten: wat nu gebeurt is te waardevol.

Als Ilona papa komt ophalen voor een tandartsbezoek, heeft hij zijn nette jasje al aangetrokken. Evenals zijn bloemetjes-zwembroek. Hij weet steeds minder wat maatschappelijk verantwoord is, dus maatschappelijk verantwoord kan hem niet meer zo boeien.

En hoewel hij zich in woorden kan nauwelijks meer kan uitdrukken, is hij in gevoel des te sterker. Papa leert mij om nog meer af te gaan op wat iemand voorbij de woorden wilt zeggen, en op hartniveau te luisteren. En ik nodig mensen gewoon uit om bij ons te komen eten, ook sommige mensen die ik alleen via Facebook ken. Papa is er elke keer bij en de avond wordt steevast een totale, eerlijke ontmoeting. Tranen vloeien net zo rijkelijk als de lachsalvo's.

Als papa groenten snijdt, kan hij niet anders dan er torens mee bouwen. Als ik met hem door het park loop, kan hij niet anders dan volledig hier zijn. Mijn eens grote drukke zakenvader heeft oog voor de eendjes en oor voor de vogels. Hij is een zenmeester geworden, of hij dat nou weet of niet. En hij is eindelijk weer de klojo die hij in zijn hart is.

Is het toeval dat zijn reis naar Delft in zijn geheugen blijft hangen? Is het toeval dat hij ineens met een loeischerpe opmerking komt in een gesprek dat ergens over gaat? Of is het slechts een teken, dat zijn essentie op deze momenten niet de kop wordt ingedrukt door 'goed' gedrag?

Ik kan niet met zekerheid zeggen. Ik kan alleen maar afgaan op wat ik zie: papa komt tot leven zoals ik hem nooit heb zien doen.

En hij is niet de enige.

Een paar dagen na mijn intrek zie ik het al niet meer zitten. Neef Bas belt op en ik zeg dat ik het even niet meer weet. Ik bel Frank en ik hang huilend aan de lijn. En ik blijf want ik kan dit niet niet.

Ik begin me te verbinden met de situatie. En ik ontdek dat er iets heel erg goed aan is. Ik deel zestig vierkante meter met een man die in zijn eentje geen aardappel meer kan schillen, die echt niet elk moment een lieverdje is, zich soms als een regelrechte klootzak gedraagt. En ik heb niet alleen met hem te maken maar met alles en iedereen om hem heen.

Mensen willen zich er niet mee bemoeien maar oh ja toch wel. Ik krijg complimentjes en op m'n flikker, soms van dezelfde persoon over hetzelfde onderwerp. Ik blijf niet altijd even makkelijk staan en ik zit er echt niet elke dag even lekker in. Maar ik sta steeds makkelijker en zit steeds lekkerder.

In de schuring en botsing die papa en ik meemaken, hervinden we elkaar altijd. We komen steeds dichter tot elkaar. En op onze zestig vierkante meter vind ik een stukje ruimte waar ik nog steeds naar op zoek was.

Ik heb de ruimte om volop te leven lang uit handen gegeven, vooral aan ik mag er niet zijn. Maar niets of niemand kan mij deze ruimte geven of ontnemen. De ruimte is in mij, waar ik ook ben.

En ik kan het niet met zekerheid zeggen maar ik ga het wel doen: zonder mijn tijd met papa is dit boek geen schim geweest van wat het nu wordt. Als ik in Portugal blijf, stug doorga met typen en mijn boek de wereld in brengen want het moet dit jaar de wereld in, wordt mijn boek een drol. En geen lekkere. Ik ben nog te gejaagd, wil nog te graag om me volledig te laten leiden door de flow van wat klopt. Papa dwarsboomt mijn dromen niet; hij helpt mij om ze te redden. 

Ik schrijf een deel van bovenstaande woorden op zes maart 2017, ruim een week nadat papa met een bacteriële infectie in het ziekenhuis is opgenomen. Hij heeft waarschijnlijk teveel in zijn neus gepeuterd en nu is hij doodziek. Ik ben op weg naar het ziekenhuis om met Dedy, Ilona en de artsen om papa's bed te gaan zitten. 

Ilona's nicht Anne-Cornelie, een arts die redelijk wat kaas heeft gegeten van wat er nu gebeurt, is er bij als vraagbaak en als steun. Als papa's behandelend arts Gonnie komt binnenlopen, blijken zij en Anne-Cornelie elkaar te kennen vanuit hun studententijd.

Daar zitten we dan, in een warme kring. En in serious business: papa's nieren zijn er mee opgehouden.
    
We praten over de mogelijkheden. Ik pak papa's hand vast en vraag of hij begrijpt waar we het over hebben. Hij zegt 'Ja'. Ik weet dat daarmee niet per se 'Ja' is gezegd. Ik leg alles nog een keer rustig uit en vraag: 'Wat wil je het liefste: dat we doorgaan met behandelen of stoppen?'
—'Ja, slechte zaak... Ik... Laten we dat maar doen.'
'Laten we wat doen?'
—'Stoppen.'
'Ook als dit betekent dat je binnenkort komt te overlijden?'
Ik hou het niet droog en bij papa zie ik de bom inslaan. Ineens beseft hij waar hij voor staat. Het is ongelooflijk bijzonder om te zien: pijn, verdriet, acceptatie, alles door elkaar heen, bij iemand die beseft dat hij op sterven ligt.

Ik vraag Gonnie of zij papa de vraag ook wilt stellen. Ik neem afstand van het bed. Twee minuten later is het beklonken. Als de artsen weg zijn zitten Dedy en Ilona en ik aan papa's bed, samen te huilen. Een uur later zet Dedy muziek op van John Lee Hooker en staan we te dansen. Papa danst in bed. Twintig uur later is hij dood.