Zen en de kunst van onder wijs


Op deze pagina vind je een hoofdstuk in wording van de les die we (n)ooit op school krijgen. Geen waarheid, maar mijn bevrijdende ontdekkingstocht naar het besef dat geld nooit over geld gaat.

Het hele verhaal is straks — samen met video's waarvan je hier al een deel vindt — gratis online te lezen. Om (jezelf) één of meerdere boeken te geven: kijk op gehoorzaam.nu/ja.


De eerste keer dat ik Robert Pirsigs bestseller lees, snap ik er geen reet van. De tweede keer ook niet. De derde keer denk ik het te snappen; de vierde keer kan ik het niet neerleggen. In Zen and the Art of Motorcycle Maintenance schrijft Robert over zen en over motorfiets-onderhoud, maar vooral over leven en kwaliteit in plaats van stijl. En over onderwijs. Want Robert heeft lesgegeven. Aan studenten die niks te vertellen hebben.

Eerst denkt Robert dat studenten gewoon lui zijn. Maar dan ziet hij iets anders: ze hebben gewoon geen idee. Ze weten niet beter dan zo goed mogelijk herhalen wat ze horen. Zodra hij ze vraagt om een eigen waarneming, staren ze hem lamgeslagen aan.

Robert trekt zijn conclusie: 'Als ik les wil geven, moet ik eerst dat na-aap-gedrag aanpakken.' Robert stelt zich een universiteit voor zonder cijfers en diploma's. Hij ziet een typische student binnenlopen, compleet geconditioneerd om voor een cijfer te werken en niet voor de kennis waar dat cijfer voor zou moeten staan.

Deze student volgt het eerste college, krijgt zijn eerste opdracht en doet de eerste opdracht. Want dat is wat je doet. Maar de nieuwigheid druipt er snel van af. Dus stopt  hij met huiswerk maken. Student zijn is boeiender dan studeren.

Deze student krijgt geen onvoldoende en geen straf. Hij kan net als de rest gewoon doorgaan met colleges volgen. Dat wordt alleen steeds moeilijker. Hij begrijpt de stof minder, kan de boel niet meer bijbenen, ziet dat hij toch niets leert, heeft genoeg andere dingen te doen en stopt. Met een schuldgevoel zegt hij studeren vaarwel. Niemand die hem straft.

Mooi zo. De student kwam toch al niet om te leren. Door af te haken bespaart hij het systeem een hoop gedoe en geld. En sleept hij zichzelf niet voort als mislukking.
    

De kersverse ex-student weet niet beter dan werken voor een zweep. Dus zonder zweep doet hij niks, zweeft hij een beetje rond. Misschien vindt hij een baantje als monteur, want niks doen kost toch geld. Hij is nog steeds slaaf, maar nu wel eentje die auto's fixt in plaats van ruimte verspilt.

Met tijd — maanden, misschien jaren — raakt hij verveeld. De dag-tot-dag klusjes kent hij nu wel. De frustrerende technische problemen ook.

En dan gebeurt er iets leuks. Creativiteit, jarenlang verstikt door theorie en cijfers, wordt wakker. De ex-student denkt Dit kan beter. Hij raakt geïnteresseerd in machine-ontwerp, verbetert zelf een motor, smaakt naar meer. Hij zoekt meer, vindt meer, en ontdekt Fuk. Ik mis kennis.

De student gaat terug naar school. Deze keer wordt hij niet geroepen door een papiertje maar door gretigheid: hij wílt machinebouw leren. En als de leraar denkt weg te komen met ondermaatse stof, heeft de leraar deze student nog niet ontmoet. 

De student houdt zich niet aan het programma. Zijn gretigheid breidt uit. Hij gaat op zoek naar kennis die niet direct iets te maken heeft met machinebouw. Hij is op ontdekkingstocht, voelt iets nieuws komen, weet nog niet wát maar dat hoeft niet. De student volgt simpelweg zijn honger. En hij laat zich bewegen door een kracht die zijn weerga niet kent: 

Zin

Roberts denkbeeldige student is geen fabel. Ik zie genoeg mensen stoppen met studeren, een 'laag' baantje aannemen en hun hoofd niet meer volstoppen met informatie die hun niet boeit. Weg van huiswerk onder dwang leren ze vanzelf hun eigen wijsheid kennen.

Ik zie deze wijsheid bij Fred de bakker, John de frisdrankverkoper en bij Jon het domste jongetje van de klas[ Check of Jons verhaal hiervoor nog staat.]. Zij hebben zich niet laten opleiden tot computers. Zij bevriezen niet zodra ze een situatie tegenkomen waar de boekjes geen antwoord op hebben. Zij gaan uitdagingen creatief te lijf. Met pretoogjes in plaats van management-theorieën.

En het leuke van Robert is dat hij het niet bij denkbeelden houdt.


Roberts studenten reageren perplex. Ééntje flapt uit: 'Dat kan natuurlijk niet, cijfers en diploma's elimineren; wij zíjn hier voor cijfers en diploma's.' Die is tenminste eerlijk, denkt Robert. En hij gaat het gewoon doen: het komende trimester onderwijst hij zonder cijfers.

Na een paar weken waarin studenten elkaar vooral nerveus aankijken, ziet Robert iets leuks gebeuren. Studenten die voorheen topcijfers haalden, ontpoppen zich tot actieve topstudenten. Ze doen meer dan braaf hun huiswerk; ze gaan volledig op in de stof en de les. De voormalige middenmotors raken geïnspireerd en beginnen ook mee te doen.

Tegen het eind van het trimester heeft iedereen normaal gezien al een cijfer en leunt de klas half slapend achterover. Tegen het eind van dit trimester maakt Robert een deelname mee waar leraren vooral van dromen. Alleen de voormalige onvoldoendes weten niet wat ze moeten doen. Muisstil zitten ze in hun stoel, lam van paniek. En rijp voor een carrière als auto-monteur.

Eigenlijk experimenteert Robert met een soort basisinkomen. In zijn klas maakt het geen donder uit wat je doet; je mag er toch wel zijn. En zonder zweep wordt snel duidelijk wie hier wilt zijn en wie niet.

Roberts studenten zitten al behoorlijk vast; zij brengen een jeugd vol cijfers de klas in. Maar wat gebeurt er als je kinderen bevrijdt van die conditionering, of beter nog — helemaal nooit met cijfers voert?